Onze betrokkenheid is soms best een beetje lastig 

Tot mijn grote verbazing kom ik er steeds meer achter dat de menselijke maat voor veel instanties moeilijk te hanteren is en dat onze betrokkenheid bij de cliënten niet altijd op prijs gesteld wordt. Ik noem het verbazing, voortschrijdend inzicht of welke term je hier ook aan wil verbinden, het is mij om het even en het kwartje is in ieder geval opnieuw gevallen.

Heel naïef misschien maar heb ik altijd gedacht dat we als hulpverleners allemaal het zelfde in ons werk stonden, dat we simpelweg mensen willen helpen die het op eigen houtje niet meer zo goed of zelfs helemaal niet meer redden in onze maatschappij.

Dat de meeste gemeenten in zwaar weer verkeren en de zorg zo goedkoop mogelijk moet is al langer duidelijk. Dat de medewerkers van de toegang vaak tussen twee vuren moeten laveren om de hoogst haalbare zorg voor de laagste prijs binnen te halen voor de cliënt aan de andere kant van de balie maakt hun positie ook niet altijd even prettig, maar dat is allemaal nog wel te beredeneren. Dat dit soms leidt tot pittige discussies tussen zorgaanbieders en medewerkers van de gemeente hoort er vandaag de dag blijkbaar allemaal bij.

Maar hoe zit dat dan bij andere hulpverleners?

Bij andere disciplines en andere zorgaanbieders die bij de cliënt betrokken zijn, of beter gezegd die bij de cliënt betrokken zouden moeten zijn? Die vinden ons regelmatig maar een pain in the ass (dit is engels en moet je niet te letterlijk vertalen) en stellen onze betrokkenheid dan ook niet altijd op prijs. Laat ik het zo zeggen “Het wendt en/of keert als je betrokken blijft”

De vertrouwensband die wij met onze cliënten hebben is velen vaak een doorn in het oog. Onze onconventionele aanpak is vaak niet te doorgronden voor andere hulpverleners

die het liefst met copy/paste methodieken werken en de hele dag in vakjargon en afkortingen praten,

die voor iedere situatie wel een protocolletje hebben liggen en wachtlijsten de gewoonste zaak van de wereld lijken te vinden. Maar bovenal van mening zijn dat de cliënt dit ook maar voor lief moet nemen. De cliënt wordt een dossier, zijn probleem wordt een casus en de menselijke maat is vervolgens nog ver te zoeken.

Voor dit type hulpverleners is de wereld lekker overzichtelijk en op hun beurt sluiten zij ook netjes aan bij de consulenten van de toegang omdat aan de “casus” vrij makkelijk een gestandaardiseerde productcode kan worden gehangen en dat scheelt toch een heleboel discussie.

Terug naar mijn verbazing.
Je zou toch denken dat het prettig is wanneer er een club mensen bestaat die zich druk maakt voor de cliënt. Die niet bij de pakken neer gaat zitten en buiten de gebaande paden door blijft zoeken naar oplossingen die

de mens en de hulp op gang blijven houden en dit ook nog eens weten te versnellen. Of het nu gaat om zoeken naar therapie, woonruimte, werk, dagbesteding. Voor wie het nog niet weet: Het leven van de cliënt gaat ondertussen namelijk gewoon door, die zet je niet samen met de andere dossiers terug in de kast om te wachten tot er zich een oplossing aandient. Dan is het fijn dat er een club is die zich wel druk blijft maken voor de cliënt en oplossingen zoekt voor de problemen die er op dat moment spelen. Dit zou je denken. Helaas, niets is echter minder waar. Dat is namelijk lastig, en flink lastig ook, want dan moet de betreffende hulpverlener, procesregisseur, casemanager, zorgcoördinator, consulent of welke mooie functies deze mensen ook mogen bekleden dus ook actief blijven en wat nog vervelender is, dan moet hij of zij dus

buiten zijn of haar eigen comfortzone treden en de oplossingen die buiten de veilige gebaande paden te vinden zijn inpassen in het starre systeem

waarbinnen hij of zij werkt. Dat is zo lastig, dat kost heel veel energie, de nodige creativiteit en vooral vertrouwen. Vertrouwen in het gegeven dat er meer wegen zijn die naar Rome leiden en dat er maatwerkoplossingen zijn waar de cliënt baat bij kan hebben.

Vertrouwen hebben in die onconventionele club die vanuit hun oprechte band met de cliënt naast de problemen ook de mogelijkheden en de behoeftes van deze cliënt ziet.  Een club die de mens achter de cliënt weet te vinden en vanuit hun betrokkenheid in staat is vraaggericht maatwerk te leveren. Omdat ze de cliënt nu eenmaal door en door hebben leren kennen door er 24/7 voor ze te zijn…. En dat is soms best een beetje lastig ja.

Wij knokken door voor onze cliënten, gaan niet achterover zitten omdat er ‘nu eenmaal wachtlijsten zijn waar je maar mee te dealen hebt’ maar wij gaan op zoek naar alternatieven. We blijven aan de bel trekken en blijven lastige vragen stellen en daarmee maken we ons niet altijd even populair, daar zijn we ons terdege van bewust. En wanneer dan de cliënt het op zijn beurt ook lastig vindt om ons los te laten is dat toch wel een beetje begrijpelijk toch?

Begrijpelijk, maar soms best een beetje lastig. De vraag is alleen voor wie?