Jongerenwerk en/of jeugdzorg

 Yoast SEO zegt “The copy scores 23.5 in the test, which is considered very difficult to read” Dat klopt, het is geen luchtige stof.

Je moet wel knettergek zijn om van je roeping je werk te maken; op basis van je voorbeeldfunctie een bedrijf starten, werkgever te worden en andere goede voorbeelden aan te nemen, deze een contract te geven en samen met een super team van gelijkgezinden te geloven in de menselijke maat en je cliënten te begeleiden met simpelweg leven.

Verbinden

Is Topnotch!, hip en tijdrovend, net zoals netwerken. Wij verbinden ons dus alleen met maatschappelijk inhoudelijk belangrijke kwesties die de jongeren en zijn of haar netwerk echt verder helpen. Individuele psychosociale begeleiding, de ontwikkeling en privatisering van futureproof jongerenwerk zijn thema’s waar wij dan ook zeer uitgesproken opvattingen over hebben. Dat doen we graag door middel van het adviseren en formuleren van simpele beleidskaders, die door gemeenten uitgevoerd kunnen worden. Een must! Want, helaas wordt de kloof elke dag steeds groter tussen wat er in de gemeente hokjes op Ipads of laptops wordt genotuleerd, bedacht, of beter uitkomt en de uitvoering daarvan. We zien het dan ook als onze plicht om onze tanden hierin te blijven zetten. Daardoor blijven we met onze voorbeeldfunctie geloofwaardig en betrouwbaar voor degene die we vooruit helpen. Jongeren met en zonder…

Hoe vertaal je straat, for real, culture, LIGAF en de intensiteit van de sommige problematiek richting beleidsmakers?

Hierin zijn we eigenzinnig, soms lastig, maar desalniettemin heeft door al die jaren het belang van onze doelgroep centraal te stellen en menig knuppel in het hoenderhok een aardige movement op gang gebracht.
Veel van onze jongeren staan inmiddels zo op de rails dat ons gedachtegoed op veel gebieden vervolg krijgt en we steeds meer gevonden worden.

Street knowlegde & simplicity

Wij zijn graag op straat, in de wijk en bij de mensen thuis achter de voordeur. Onze analyse blijft; beleidsnota’s maken, herijken van visie, het wiel keer op keer opnieuw uit willen vinden zijn één ding, maar zodra de gemeenten gaan denken dat de zaken goed geregeld zijn begint het pas.

De vraag is of het ook uitgevoerd kan worden en of het daadwerkelijk de jongeren en jongvolwassenen vooruit helpt. We zien dat de politiek vaak bij het niet slagen van het gekozen beleid wordt afgerekend terwijl er toch echt veel te veel beleid gemaakt wordt door een beleidsambtenaar met nauwelijks kennis van zijn of haar portefeuille.

Een beleid dat absoluut niet aansluit bij de werkelijke problemen en oplossingen. Wil je dat goed kunnen doen, dan kan dat alleen als je dag in dag uit laat voeden door de mensen op wie dat beleid betrekking heeft. De jongeren en jongvolwassenen.

Hoe kun je street knowledge en simplicity toepassen in wet- en regelgeving?

Wij worden als intermediair steeds meer uitgenodigd om te spreken over de problemen maar des temeer over de oplossingen die we toepassen in de uitvoering. Er is veel meer mogelijk dan vaak gedacht wordt door de zeer complexe zaken te versimpelen en te normaliseren.

Aanbesteding & indicatie circus

Voorafgaande aan de transitie van de jeugdzorg hebben wij het aanbesteding & indicatie circus van voorspelt. Nu is het aan de orde van de dag en bepaalt het helaas hoe het leven van de jongeren of jongvolwassenen eruit komt te zien. In welke gemeente woon je en welke consulent of ambtenaar bepaalt hun toekomst? Dat speelt overal:

Jongeren vragen ons daadwerkelijk of het zinvol is om te verhuizen met de wetenschap of het vermoeden dat ze in een andere gemeente betere ondersteuning kunnen krijgen.

En het gekke is… soms is dat zo, maar meestal is ons advies om te blijven zitten waar je zit. Wij geloven er absoluut in dat een subsidierelatie, een contract of het verkrijgen van een beschikking geen automatisme mag zijn. Maar dat deze zorg helaas door de regelgeving bureaucratischer dan ooit en “strictly business” is geworden moge duidelijk zijn. Het gaat om zoveel mogelijk zelfredzaamheid, (wat soms onmogelijk is), juridisering, afdekken van financiële alsmede zorg inhoudelijke risico’s en dan het liefst zo goedkoop mogelijk.

Het is een karikatuur van waarover het zou moeten gaan. Het werkt voor de doelgroep zeer demotiverend en het ergste is dat ze er aan gewend zijn geraakt. Niet in de zin van ‘dit kan er ook nog wel bij’, maar van ‘het is wat het is’.

Verjongen en meer lef tonen

Onze kritiek is echter altijd opbouwend, “positief vooruit” zit ons in het hart, anders kun je geen jongeren en jongvolwassen helpen. Dit geldt overigens voor iedere jeugdhulpverlener in Nederland.

Gezien de complexiteit van onze werkzaamheden houden we het graag simpel. Helaas zien we hier wel alle jeugdhulpverleners mee worstelen in een bureaucratisch gedrocht als het sociaal domein. We blijven onszelf wijsmaken dat het niet onuitvoerbaar is.

Want wat je moet anders, de hoop opgeven? Dat schaadt de jongeren, de kinderen of de jongvolwassenen en de ouders die jouw hulp en hoop zo hard nodig hebben.

We zijn dus kritisch maar optimistisch ten opzichte van gemeenten. Sinds de transitie zie je de gemeenten, maar ook de landelijke politiek zeker verjongen en meer lef tonen. De menselijk maat voel je terug in het debat en die ervaren we door de hoeveelheid aan vragen om advies te geven m.b.t. preventie, future proof jongerenwerk & hulpverlening die onlosmakelijk zijn verbonden met individuele psychosociale begeleiding en nazorg.

Verademing

Daar waar de verkokering binnen de gemeenten zo groot is dat de ervaringen die zijn opgedaan niet gebruikt worden bij de inkoop van preventie, jeugdhulpverlening, begeleiding en nazorg worden wij nu gevraagd om nieuwe inzichten.

En het grappige is dat de tips en adviezen over hoe je jongeren vandaag de dag kunt bereiken of ze met rust moet laten zowel voor de doelgroep die we begeleiden ook voor de gemeenten een verademing blijken te zijn. Door intensief samen te werken en gemeenten te begeleiden bij hun werkzaamheden zien we dat de rol van de verantwoordelijk ambtenaar of consulent meer aansluit op de doelgroep.

We konden ze bijvoorbeeld vertellen om geen formele brieven aan zorg mijdende jongeren en gezinnen meer te schrijven. “U wordt aanstaande dinsdag verwacht voor een evaluatie of onderzoek bij het WMO loket, het CJG, het centrum voor Werk Inkomen”, maar dat echt aan de hulpverlening, die het gezin al langer kent over te laten. Of geen huisbezoeken meer aan te kondigen om opnieuw te indiceren bij jongeren die door blijvende diagnoses en de daarmee samenhangende problematiek meer thuis horen in de WLZ.  Mensen kunnen die brief vaak niet eens lezen. Niet omdat ze niet kunnen lezen, maar bijvoorbeeld door hun problematiek de sleutel van hun brievenbus kwijt zijn en geen geld hebben om via de bewindvoerder bij de woningbouw een nieuwe sleutel aan te vragen

Veel van onze jongeren zitten in een isolement, komen niet verder dan hun vertrouwde buurt; die gaan niet naar het gemeentehuis, de hulpverlening of een loket. Die reizen niet alleen met de bus of trein. Die lopen met een beetje geluk iets verder naar de Aldi of Lidl in plaats van de AH.

Wie bedenkt zoiets?

De rol van de gemeenten is helaas voor veel jongeren 2much en onnodig. Door minder na te denken over dat wat goed voor een jongeren is kun je ze ook geen rare voorstellen doen in het aanbieden van of doorverwijzen naar passende hulpverlening.

Gemeenten zijn na de transitie alles behalve achterover gaan leunen. Ze werken zich kapot. Echter zijn nuchter nadenken en simplicity van de agenda bij de gemeenten verdwenen.

Dat vertaalt zich onmiddellijk door in de uitvoering, veel mensen met know-how zijn vertrokken. Echter zien we bij de gemeenten dat er steeds meer mensen worden aangenomen om te scannen. D.w.z. kijken of ze kunnen voldoen aan de hulpvragen van steeds meer jongeren. We zitten er met de neus teveel boven op.

Dat steeds meer kleine aanbieders failliet gaan heeft te maken met het feit dat de gemeenten het hele proces op de verkeerde manier inrichten. Afschalen, korte indicaties, korte contracten zijn al met al weinig duurzaam en onzeker. Geen enkel bedrijf houdt zijn hoofd dan boven water en er is geen hond die deze onzekerheden aan zijn cliënten kan verkopen. Deze versnipperde begeleiding, door het verloop van personeel, betekent dat cliënten geen vertrouwensrelatie meer met hun begeleider aan gaan en dat is funest voor succesvolle begeleiding.

Zoveel aanbieders, meerdere (raam)overeenkomsten, verschillende contracten, procedures en partijen. Mensen moeten eerst langs een WMO of CJG, die ze dan meestal doorverwijst naar de gevestigde orde; de grote jongens die zich in het verleden al bewezen hebben. Behaalde successen in het verleden bieden echter geen garanties meer voor de toekomst. Dit geldt al helemaal voor de GGZ, die realiseert zich dat en zoekt nu naar nieuwe antwoorden op vragen van de cliënt.

De vraag vanuit de jeugdhulpverlening luidt: “Wie bedenkt zoiets?”
Hierop komen geen antwoorden dus daarom geven wij het antwoord al vanaf 2007 zelf.

Onrecht

De zorg vragende of mijdende doelgroep heeft in het leven al genoeg onrecht ervaren en heeft recht op antwoorden. Dat zijn we ze namelijk verplicht. Weg bij je moeder en via de crisis door naar een pleeggezin. Daarna van instelling naar instelling, van leefgroep naar leefgroep worden verplaatst. Dat is gelukkig niet de tijdlijn van de meeste jongeren, maar die bereiken we d.m.v. de jongens die we begeleiden wel. Preventie door nazorg.

Een jeugdhulpverlener weet dat door alle onrecht veel jongeren een destructief gerechtigde aanspraak opbouwen.

Simpel gezegd: omdat ze zoveel is overkomen dat ze beschadigd, voelen ze langzaam het recht om de schade op een ander en zichzelf te presenteren. Dit destructief recht wordt dan helaas omgezet in destructief gedrag

en dit geldt nu dus ook voor veel jeugdzorg instellingen die zoals gezegd failliet zijn gegaan.

Echter door de door de focus te leggen op de abnormaliteit van dit gegeven en je cliënten te moeten bevestigen in het onrecht wat ze is aangedaan door nog meer onrecht, zullen deze jongeren steeds meer het recht voelen om dit onrecht op het systeem te verhalen.

De gemeenten en politiek moeten zich ervan bewust zijn dat ze met de complexiteit van het zorgsysteem een signaal afgeven dat jongeren een ondergeschoven kindje zijn en deze gek van boosheid en verdriet worden. Ze zullen nog harder gaan schreeuwen om aandacht, hunkeren naar liefde, een schouder en stoppen met hopen op een betrouwbaar netwerk. Daar wordt “strictly business” risky business!

Het gedrag van deze jongeren & jongvolwassenen zal nog meer aantonen dat ze klaarblijkelijk net zoals de jeugdzorg en de GGZ zelf te onmachtig zijn om hier invloed op uit te oefenen.

Begrip

Dit is de de eerste les die wij samen met onze jongeren de beleidsmakers vaak leren. Dat zij doordraaien zegt niet zoveel over deze jongeren alleen, maar over een jeugdzorg systeem dat haar niet geeft waar jongeren ten diepste recht op hebben. De pijn van veel jongeren en jongvolwassenen is zo groot, dat wij geleerd hebben om preventie binnen onze werkzaamheden prioriteit te geven. Dus niet de cliënten in een vergevorderde ontwikkeling van onrecht pur sang, maar juist al die kids waar het onrecht zich voor het eerst laat zien. Door anders op dit onrecht te reageren, heb wij enorm veel mogelijkheden om de ontwikkeling van dit onrecht te temperen.

De reacties vanuit het systeemdenken werken vaak onrecht-bevestigend en daar kan geen enkele hulpverlener mee uit de voeten.

Wij zullen dus ook nooit met alles wat we in ons hebben de cliënt vertellen dat het beter moet, anders kan en dat ze sociaal maatschappelijk zelfredzaam moeten worden. Dat zijn ze op hun level namelijk al lang. Het betekent namelijk “je past je maar aan” en dat is niet nodig. Daar komt nog eens bij dat jongeren ons nooit zullen zeggen “Jullie hebben gelijk, ik zal mij aanpassen” Nee ze zullen de deur dichtsmijten en roepen: “Jullie begrijpen er geen flikker van”

Als je op de betonvloer geboren bent, je broertjes en zusjes ziet vertrekken naar verschillende pleeggezinnen, je oma je heeft misbruikt, je moeder weer opgenomen is in de GGZ, je door toedoen van creditboys met dezelfde problematiek een paar telefoonabonnementen hebt afgesloten en je ze niet kan betalen. Je vader is doodgeschoten, je stiefvader teveel zuipt en de wereld zo druk is dat je continue met een koptelefoon op moet lopen en het jongerencentrum sluit dan hebben ze allemaal gelijk.

Dan begrijp je er helemaal niks van en ben je niet in staat om de wereld voor jongeren te verbeteren. Deze jongeren zullen zich onbewust blijven bewegen in een zorgsysteem dat het gevoel van onrecht voedt om op een destructieve manier hun verhaal te blijven vertellen.

Veel jongeren lukt het niet om woorden te vinden voor hun intense verdriet. Ze vertellen hun verhaal met gedrag, uit onmacht en boosheid die niet begrepen wordt maar wat ze  wel keer op keer proberen te zeggen. Het helpt ze alleen de pijn tijdelijk niet of minder te voelen, maar het lost niks op.

Tweede les: Erkenning

De tweede les is om te erkennen dat de jeugdzorg dus blijkbaar niet bij beleidsmakers begrepen wordt en vele mensen, werkzaam in de jeugdzorg, op het punt staan zelf de deur te dicht te smijten aangezien het systeem rondom preventie en jeugdzorg teveel afleid van de zorg an sich. Het systeem begrijpt zichzelf niet eens en dit wordt erkend door het VNG.

Wij leren de beleidsmakers en consulenten dat vaak de goedbedoelde en liefdevolle interventies in feite een volgend vinkje op de waslijst van onrecht zijn bij deze jongeren. Ze zitten niet te wachten op een belerende vinger, een zoveelste doorverwijzing, een piramide van Maslow of simpelweg de opmerking dat de skateboardbaan volgens de richtlijn van de gemeente misschien wel te hoog is.

Ze vragen om een oprecht luisterend oor en ze geven d.m.v. “the finger” al heel lang aan dat gemeentes hun vinger, of beide handen beter kunnen gebruiken om de iets te enthousiaste beterweter op de stoel van de hulpverlener mond tot stilte te manen. 

Ze willen gehoord en geholpen worden en niet keer op keer aan een vreemde moeten vertellen hoe het eigenlijk echt met ze gaat en waarom ze welke ondersteuning nodig hebben.

Doorverwijzen of doorgeschoten?

En pas na een succesvol gesprek waarin de werkelijke problematiek, een werkelijke behoefte, een preventieve maatregel ten dele in beeld komt is er vaak nog meer nodig of het is heel simpel. Neem ze serieus en geef ze een keuze, om zo te voorkomen dat ze uit beeld verdwijnen of ze je vertellen dat je het tegen niemand mag vertellen.

Anders gezegd: als je als gemeente het gesprek niet oprecht aangaat omdat daar op voorhand geen geld voor is of ze geen alternatieven biedt in zorg op maat en preventief aanbod en niet net zoals school verplicht maakt,

dan ga je akkoord met het verkleinen van de kans op professionele hulp.

De vele jongeren die wij al die jaren bereiken en zelf inmiddels het goede voorbeeld voor anderen zijn en de gemeenten adviseren, zijn namelijk – vaak pas na heel veel met ons praten, lang nadenken en twijfelen – gebruik gaan maken van het vertrouwen dat wij ze van begin af aan bieden. Een jongere zal echt nooit wanneer hij met zijn scooter of waggie langs een CJG, Wmo loket, een gemeentehuis of een een praktijk voor therapie rijdt, afstappen en aanbellen om vervolgens te zeggen: “Kunnen jullie me helpen”? Het gaat niet goed met me.’

Deze deuren gaan pas open als jongeren langdurig in veilige omgeving vertrouwen hebben gekregen en helaas biedt niet altijd het gezin dit centrum van vertrouwen.